U bent hier

Drijfplanten

Drijfplanten hangen met hun wortels in het water en nemen daaruit voedingsstoffen op. Deze planten zijn ook goed voor de kwaliteit van het water en voor de dieren in en op het water. Ontdek hoe je drijfplanten kan planten en hoe je ze moet verzorgen.

Hoe drijfplanten planten?

Waterhyacint
Waterhyacint

Drijfplanten moeten niet geplant worden. Leg ze gewoon in het water. Ze vormen wel wortels, maar op enkele uitzonderingen na hechten ze zich niet vast in de bodem.

Wat wel belangrijk is, is dat de buitentemperatuur hoger moet zijn dan 15 graden. Is het buiten kouder, dan kan je ze ook laten overwinteren. Drijfplanten zijn ook geschikt om aan te brengen in nieuwe vijvers.

Hoe drijfplanten verzorgen? 3 tips

  • Zorg voor een goede verhouding tussen de verschillende soorten vijverplanten. Zo kan je het onderhoud van de vijver beperken.
  • Sommige drijfplanten groeien explosief. Haal regelmatig te grote hoeveelheden uit het water. Maximum 1/3 van je vijveroppervlak mag zijn begroeid.
  • Vraag goed na of je drijfplanten winterhard zijn. Niet winterharde drijfplanten moet je bij een temperatuur van 15 à 16°C laten overwinteren in een schaal.

Soorten drijfplanten

  • Krabbescheer (Stratiotes aloides) is een in het water zwevende, stervormige waterplant. Witte bloemetjes die aan het wateroppervlak drijven.
  • Blaasjeskruid (Utricularia) is een fijnbladige vijverplant met kleine vangblaasjes. Opvallende bloei met oranjegele bloemschermen.
  • Watersla (Pistia stratiotes) wordt ook mosselplantje genoemd. Behaard, bleekgroen blad.
  • Waterhyacint (Eichhornia crassipes) is niet winterhard. Draagt in juni-juli lilablauwe bloemen.
Vijver met gele lis