Coniferen planten en verzorgen

Coniferen worden vaak bestempeld als saaie en monotone planten. Onterecht, want deze wintergroene planten zijn net verkrijgbaar in talloze vormen en kleuren. Experimenteer met zuilen, bollen, wilde struiken, kruipers, … En niet te vergeten, met de speciale snoeivormen.

Coniferen planten

Zet coniferen nooit in de drup van dakranden of andere planten. In een container of pot gekweekte coniferen kan je het hele jaar door planten (als het niet vriest). Coniferen met een ingegaasde kluit, plant je best tussen half september en eind oktober. Plant ze even diep als ze in de pot of op de kwekerij stonden. Zorg voor een ruim plantgat en verbeter de grond voor het inplanten. Geef na het inplanten royaal water.

Coniferen snoeien

Snoei of knip niet tot achter het groen. Kale takken lopen niet meer uit (behalve bij de taxus). Snoeiwonden moeten niet worden afgedekt. Coniferen hebben vrijwel geen last van insecten en schimmels.

Coniferen onderhouden

Geef geen kalk of beendermeel. Coniferen houden namelijk van een grond die licht zuur is. In het voorjaar kan je speciale coniferenmest gebruiken. Daarin zit alles wat ze nodig hebben (inclusief sporenelementen).

Coniferen combineren

Speel de tijdloze uitstraling van coniferen uit door ze solitair tussen planten te zetten die meer ‘lawaai’ maken.

  • Denk maar aan rustgevende geelgroene bolconiferen tussen opvallende oranje herfstbloeiers.
  • Plant bodembedekkende coniferen in een perk met blauwpaarse, grijze en witte beplanting.
  • Maak combinaties met hoog en laag. Groene zuilconiferen combineren mooi met lage, kleurige planten.