Bomen opkronen

Een moeilijke, maar belangrijke klus bij de verzorging van een boom is het opkronen. Door rekening te houden met een paar simpele regeltjes wordt een boom opkronen een pak eenvoudiger.

Wat is opkronen?

Opkronen is het verwijderen/snoeien van takken tot de hoogte waar de kroon gewenst is. Bij hoogstammige jonge bomen is dat rond de 2 meter.

Wanneer moet je opkronen?

Begin met opkronen twee jaar na de aanplant. Dan zijn de takken nog niet te dik om weg te zagen. De boom zal minder last ondervinden van het opkronen. Je kan een boom opkronen in de winter, of beter nog in de zomer. Snoei nooit vlak voor of tijdens vriesweer. Ook tijdens het uitlopen of het vallen van het blad, snoei je beter niet.

Waarop moet je letten bij het opkronen?

  • Een tak blijft altijd op dezelfde hoogte aan de boom zitten en groeit niet mee omhoog. Bepaal in het begin hoe hoog de takvrije stamlengte moet worden. Haal dubbele toppen weg tot op 2/3 van de totale boomlengte.
  • Snoei nooit meer dan 20% weg van de bladmassa. Begin met de dikste takken en aangetaste of gebroken takken. Zorg ervoor dat je nooit twee takken wegsnoeit die vlakbij of boven elkaar staan. Dan veroorzaak je een te grote snoeiwonde.
  • De verdikking aan de basis van de tak heet de takkraag. Deze mag je absoluut niet verwijderen of beschadigen!
  • Bij sommige soorten, zoals beuk en haagbeuk, kroon je beter niet op. De takken beschermen namelijk de schors. Bij zuilvormige soorten worden de takken langs de stam behouden, zo krijg je die typische ‘beveerde’ vorm.