Struiken en bomen verplanten

Jonge struiken of bomen kan je gemakkelijk een andere plek in de tuin geven. Weet wel: hoe sneller, hoe beter. Vanaf drie jaar na beplanting is het een hele klus. Vanaf tien jaar moet je een specialist raadplagen. Hier vind je alle tips om zelf en met hulpen bomen en struiken te verplanten. 

Algemene tips voor het verplanten van bomen en struiken

catalpa
  • Verplanten doe je best tussen oktober en maart – april.
  • Beschadig zo weinig mogelijk wortels.
  • Graaf coniferen en andere wintergroene planten uit zonder dat de grond van de wortels loskomt.
  • Maak het nieuwe plantgat in alle richtingen minstens 10 cm groter dan de wortelkluit.
  • Meng de uitgegraven grond met grondverbeteringsmiddel en eventueel wat organische meststof.
  • Giet ruim water rond de plant.
  • Leg mulch rond de plant. Bescherm zo de wortelzone tegen onkruid en extreem weer. 

Zelf kleine en middelgrote struiken en jonge bomen verplanten

boom
  • Markeer een cirkel met straal 30 cm rond de struik of boom en steek de grond licht schuin naar het centerpunt verticaal los.
  • Spit aan de buitenkant een ongeveer 20 cm diepe sleuf. Steek de spade vanop het diepste punt, schuin onder de plant. Werk zo helemaal rond.
  • Maak een tweede ronde. Til gelijktijdig de plant op door de spadesteel naar onder te drukken, terwijl iemand anders de plant naar achter trekt. 

Met hulp grotere struiken en bomen verplanten

  • Bij struiken bind je best de takken samen. Zo hinderen ze niet bij het spit- en graafwerk en beschadig je ze zelf niet.
  • Graaf een sleuf op 40 tot -afhankelijk van de grootte van de plant- 60 cm van de wortelhals.
  • Stoot je op dikke wortels, knip die dan door met een takkenschaar of zaag ze over met een takkenzaag.
  • Werk vanaf 20 cm diepte, schuin naar beneden, zo ver als je maar kunt en liefst tot op ongeveer 40 cm diepte.
  • Ben je rond, druk de plant dan naar achter en controleer of er nog wortels vastzitten. Knip of zaag ook die over.
  • Til de plant omhoog met een hefboomkar of katrol.

Tweejarenplan voor oude planten

  • Raadpleeg een tuinaannemer om te bepalen hoe groot de wortelkluit moet zijn.
  • Graaf in het voorjaar een ongeveer 50 cm diepe sleuf rond de stam of wortelhals. Vul die met potgrond.
  • Volgend voorjaar of beter nog in het najaar van dat volgende jaar, graaf je de plant verder uit.
  • Til haar uit de grond. Laat het zware werk over aan een (mini-)kraan. Voorkom schade aan stam en kruin. Een tuinaannemer weet welk materiaal hij daarvoor moet gebruiken. Moeten er meer oudere planten in de tuin verhuizen, dan schakelt hij wellicht een verplantmachine in. Zo’n toestel knipt struiken en bomen uit de grond knippen en kan ze ineens transporteren.
  • Bescherm de wortelkluit door er een net of touwen rond te binden.
  • Voorzie nodige steunpalen of liever nog ondergrondse, want niet zichtbare ankers. Vraag je tuinaannemer wat mogelijk is.
  • Geef de eerste maand zeker wekelijks water. Giet ook tijdens een droge zomer.