Hoe kan je plantenziekten herkennen en plagen bestrijden?

Voor een mooie, bloeiende tuin moet je niet alleen je planten, hagen, bomen of gazon goed onderhouden, hij moet ook vrij blijven van ziekten en plagen. Heb je er last van? Ontdek hier hoe je witziekte, bladluizen, buxusmot en buxusschimmel en de andere veel voorkomende plantenziekten en plagen voorkomt en bestrijdt. 

Witziekte of echte meeldauw

Hoe herken je witziekte?

Op de bovenkant van de jongste bladeren zitten witte vlekjes. Ze worden steeds groter tot ze ganse bladeren, soms zelfs de hele plant, wit kleuren.

Witziekte komt op zowat alle planten voor. De meest gevoelige vaste planten zijn vlambloem (Phlox), monarda en tuingeranium. Bij struiken en bomen zie je het vaakst een aantasting op rozenstruiken (Rosa), veldesdoorn (Acer campestre), eik (Quercus) en trompetboom (Catalpa).

Wanneer zijn planten gevoelig voor witziekte?

Planten die ’s morgens vochtig en ’s middags warm staan of planten die overdag lang nat blijven, lopen kans op aantasting. 

Sommige plantensoorten, variëteiten en cultivars zijn meer gevoelig dan andere. Consulteer je tuinaannemer/boomkweker voor de meest resistente planten.

Hoe voorkom je deze schimmel?

Preventieve behandeling is nuttig als jouw tuinplanten het voorbije jaar al witziekte hadden.

Gebruik weinig tot geen stikstofmest, maar wel trage (organische) meststoffen.

Hou de planten ook bij langere droogte in groei! Zorg dat ze voldoende water hebben. Giet geen water over de planten.

Zorg dat schimmelsporen zich niet kunnen vastzetten en/of vermenigvuldigen op de planten: sterk de planten aan met een ecologische ‘plantversterker’. Laat heermoes of paardenstaart enkele dagen in water te weken of gebruik (biologisch aanvaard) spuitzwavel.

Tegenwoordig circuleert in tuinmiddens ook de theorie dat wekelijks spuiten met een melk-wateroplossing de ontwikkeling van witziekte tegengaat/voorkomt.

Hoe kan je deze plantenziekte bestrijden?

  • Knip zo snel mogelijk aangetaste bladeren en stengels weg en stop ze meteen in de vuilniszak!
  • Gebruik een fungicide (schimmeldodend middel). Spuit op de droge plant tot het vocht van de bladeren drupt, bespuit ook de onderzijde van de bladeren. 

Bladluizen

Hoe weet je dat je planten bladluizen hebben?

Bladluizen zijn groen of zwart en tot ongeveer een rijstkorrel groot. Sommige exemplaren hebben vleugels, anderen niet. Ze troepen meestal samen op de meest ‘sappige’ stengels en/of op bloemknoppen, bovenin planten.

Zie je een heen- en weergeloop van mieren op een plant, dan zal je ook zo goed als zeker bladluizen ontdekken. Mieren eten immers de suikerachtige afvalstoffen van bladluizen.

Bij een sterke invasie verzwakken de planten. Vaak stoppen ze zelfs met groeien en gaan hun bladeren krullen of slaphangen.

Bladluizen houden vooral van rozen, dahlia’s, boerenjasmijn en sneeuwbal, maar voelen zich ook thuis op onder andere appel, perzik en lindeboom.

Wanneer zijn je planten het meest vatbaar voor bladluizen?

Te snel groeiende planten, zijnde het gevolg van te rijke stikstofbemesting, hebben het meest kans om aangetast te worden door luizen. Ook spontaan sterke planten maken na enkele weken warm en droog weer kans op een aantasting. Er zijn dan spontaan meer bladluizen dan bij regenweer.

Hoe voorkom je een aantasting door bladluizen?

Ga voor een grote verscheidenheid aan planten, zo haal je een groot aantal nuttige insecten en insectenetende tuinvogels in de tuin. Installeer nestkastjes voor vogels en een insectenhotel.

Houd je planten sterk en gezond: ga voor een gezonde bodem; gebruik organische meststoffen met niet te veel stikstof. Geef water bij langdurige droogte.

Maak je planten minder aantrekkelijk voor de luizen: stuif gesteentemeel of droog zeewier over de planten of geef ze een geurmasker door er een aftrekstel van look of uien overheen te gieten.

Hoe kan je deze plantenziekte bestrijden?

  • Als de bladluizen geconcentreerd op een of enkele stengels zitten, knip die dan af en drop ze in het compostvat. Bespuit struiken en bomen van onderuit met een (matig) sterke waterstraal.
  • Breng larven van lieveheersbeestjes in je tuin en/of hang oorwormpotjes op. Deze kan je bestellen of kopen in een tuincentrum.
  • Gebruik een natuurlijk insecticide, bv. producten op basis van pyrethrum. Het doodt alleen de insecten die geraakt worden door het product en heeft dus geen invloed op andere insecten. Herhaal nog eens na twee weken. Met een systemisch insecticide breng je het gif binnenin de plant.
  • Experimenteer niet met een aftreksel van tabak, sigaren- of sigarettenpeukjes. Je zelfgemaakte insecticide kan erg gevaarlijk of giftig zijn voor insecten, dieren en voor jezelf. 

Engerlingen en emelten

Engerlingen

Hoe herken je de aanwezigheid van engerlingen en emelten?

In het gazon komen al vroeg in het voorjaar lichtere plekken. Na een tijdje kleuren ze geel en sterven ze zelfs grotendeels af. Kraaien, kauwen en merels komen het gras losplukken. Wroet zelf even tussen het loszittende gras en je vindt grote witte larven met een bruine kop en drie paar poten of bruingrijze exemplaren zonder poten. De eerste zijn engerlingen, de tweede emelten.

De larven eten vooral graswortels, maar eten ook aan andere planten. Na een verpopping kruipen engerlingen uit de grond als mei- en junikever of als Johanneskever. Emelten hebben een tweede leven als langpootweg.

Wanneer is gazon het meest vatbaar voor engerlingen en emelten?

Een minder sterk gazon geeft de kevers en langpootmuggen, alle kans om hun eitjes te leggen. Niet verzorgde tuinen of een braakliggend grasland in de buurt lokt de insecten en zorgt er vaak voor dat ook betere tuinen slachtoffer worden.

Engerlingen zijn het meest actief in april-mei en van juli tot oktober, emelten in mei-juni en september – oktober.

Hoe voorkom je een aantasting door engerlingen en emelten?

Hou je gazon zo sterk mogelijk. Een eenseizoensbemesting met een langwerkende gazonmeststof is een minimum. Een najaarsbemesting in september laat het gras sterk de winter in gaan.

Maai het gras nooit korter dan 4 cm, maar laat het anderzijds ook nooit te lang worden. Wekelijks maaien is best!

Bekalken mag, maar gebeurt best alleen op advies van een tuinaannemer. Als een grondiger gazonrenovatie nodig is, uitkammen en verluchten. Vraag dan hulp van een

tuinaannemer.

Hoe kan je deze ziekte bestrijden?

  • Emelten houden niet van vocht. Sproei een massa water en ze komen naar boven gekropen, waarna je ze zo bij elkaar kunt vegen of door kippen kunt laten oppikken.
  • Als particulier mag je geen bodeminsecticiden meer gebruiken, want dat is gevaarlijk voor de volksgezondheid en het milieu. Tuinaannemers met een fytolicentie mogen dat wel.
  • Een biologisch alternatief is het inzetten van aaltjes, te koop in het tuincentrum. Engerlingen bestrijd je best van juli tot oktober (eventueel ook in april). Emelten in mei, juni of september en oktober. Voor een goed resultaat moet de grond minstens 13° warm en voldoende vochtig zijn. Sproei dus enkele dagen vooraf en hou ook nadien nog enkele weken vochtig.

Taxuskever

Hoe herken je aanwezigheid van taxuskever?

Verliezen je taxusplanten hun frisse kleur, groeien ze trager of sterft er een exemplaar af ga dan 10 cm diep op zoek in de grond. Larven van taxuskevers zijn ongeveer een centimeter groot, een beetje gekruld en hebben een wit lijf en bruine kop. Ze leven van augustus tot juni en zitten voornamelijk aan de zuidkant van de planten.

De taxuskevers zelf zijn ’s nachts actief en dat in juni – juli. Overdag verstoppen ze zich. Zoek dus eerder naar taxusnaalden met aan de zijkant halfrond weggebeten hapjes of leg een plank op de grond en kijk of zich daar overdag kevers met een lange snuit, verstoppen. Naast taxus kan er ook schade zijn aan Magnolia en andere planten met vlezige wortels.

Wanneer zijn je planten het meest vatbaar voor taxuskever?

Taxuskevers leggen hun eitjes vanaf midden juli. Vanaf einde juli vreten hun larven aan de wortels Ze doen dat steeds meer, tot ze verpoppen bij het begin van de zomer. De schade manifesteert zich pas enkele weken tot zelfs maanden nadien.

Hoe voorkom je een aantasting door taxuskevers en hun larven?

Boomkwekers letten erop dat hun plantgoed vrij is van taxuskevers en larven. Zelf controleren voor het planten geeft extra zekerheid. Merk je taxuskevers op in je tuin, voorkom dan dat ze eitjes leggen. Bestrijd ze zo snel mogelijk met een insecticide.

Hoe kan je deze plaag bestrijden?

  • Bodeminsecticiden mag je als particulier niet meer gebruiken. Zet biologische preparaten in tegen de larven, aaltjes of schimmels. Pas ze toe op een voldoende warme grond en bij voldoende vocht. Doe het liefst net na de zomer als de larven nog jong en dus kwetsbaar zijn.
  • Verstoor de overgang van pop naar volwassen insect door in mei en juni de grond (wekelijks) te hakken of te schoffelen. Boven de grond en/of in het licht sterven de poppen af.
  • Bestrijd jonge kevers eventueel met een (biologisch) insecticide tegen vretende en zuigende insecten.

Buxusmot

Hoe herken je de buxusmot?

Als een buxusstruik op enkele dagen kaal gegeten is en er zitten op en tussen de takjes zwarte strontjes, spinseldraden en restjes van vervellen en verpoppenis, dan werd deze schade veroorzaakt door de buxusmot.

Duw takjes van een nog intact groene buxusplant ut elkaar en kijk of er op de onderzijde van de blaadjes groepjes 3 tot 4 mm grote, geel getinte eitjes zitten. Zoek ook naar rupsen.

Wanneer zijn je planten het meest vatbaar voor de buxusmot?

Buxusmotten zijn actief vanaf maart – april tot oktober. In één jaar gaan drie generaties telkens voor een invasie. Gevolg: drie gevaarlijke periodes: april – mei, juni – juli en eind augustus – september.

Hoe kan je deze plaag bestrijden?

Buxusmot bestrijden is mogelijk maar je moet tijdig ingrijpen. Lees er alles over op onze pagina over buxusmot.

Buxusschimmel

Hoe herken je aanwezigheid van buxusschimmels?

Zonder aanwijsbare oorzaak kleuren de buxusblaadjes geel, sterven ze af, leggen ze zich dicht tegen de takken aan of vallen ze af. Meestal start een aantasting met een eenzame plek of een combinatie van plekken aan de bovenzijde van de plant. Haagjes, buxusbollen en scheervormen zijn het meest vatbaar, want dicht vertakt. Binnenin blijven ze lang vochtig (en warm). Niet alle Buxussoorten en cultivars zijn even gevoelig. 

Wanneer zijn je planten het meest vatbaar voor buxusschimmels?

Vanaf april tot oktober is er gevaar. Buxusschimmel kan zich ontwikkelen bij temperaturen tussen 5 en 25° Celsius. In de winter blijft hij wel aanwezig in en op de aangetaste plant en op blaadjes die eronder of naast liggen.

Hoe voorkom je een aantasting door buxusschimmels?

Geef je planten ruimte. Plant ze niet te dicht bij elkaar en wind of zon hen snel droogt. Voorkom dat je zelf de schimmel verspreid. Schimmelsporen verhuizen van plant naar plant via snoeigereedschap, laarzen, kleding en handen of zelfs opspattend regenwater.

Ontsmet je snoei- en scheergereedschap door het schaargedeelte te dompelen in water met een geutje javel en/of ga er kort met een gasbrander overheen.

Leg een laagje mulch onder en rond de planten zodat regenwater eventuele schimmelsporen niet opspat.

Snoei of scheer in de winter, bij temperaturen onder 5°.

Ruim alle snoeiafval grondig op en verwijder het uit je tuin.

Sproei na het snoeien of scheren een biologische plantversterker over de planten. Herhaal dat eens per maand, tot in oktober.

Hoe kan je deze plantenziekte bestrijden?

  • Laat geen scheersel of bladresten liggen. Verwijder ook zoveel als mogelijk dor blad uit de plant. Gebruik ev een bladblazer om dit grondig te doen.
  • Gebruik eventueel een breedwerkend fungicide. Herhaal de behandeling enkele keren met telkens een week tussenperiode. Buxuskwekers verkopen passende fungiciden.
  • Besproei met een biologische plantversterker. Herhaal dat 1x per maand tot in oktober. 

Verwelkingsziekte

Hoe herken je de aanwezigheid van de verwelkingsziekte?

Alle bladeren op eenzelfde tak of gegroepeerd op een hoofdtak kleuren geel en gaan bij droog weer slaphangen. Na regen lijken de bladeren zich te herstellen. Snoei je een afgestorven tak af dan zie je vaak een iets donkerder ring, net aan de binnenzijde van de bast of schors.

Verwelkingsziekte komt het meest voor bij Catalpa (trompetboom), Esdoorn (Acer en vnl. Japanse esdoorn), maar ook Clematis en dat vooral op natte grond.

Wanneer zijn je planten het meest vatbaar voor verwelkingsziekte?

Er is vooral gevaar op natte grond en wanneer er weinig humus of compost is gebruikt bij het planten. De aantasting start al in het voorjaar, maar zie je pas in volle zomer.

Hoe voorkom je een aantasting door verwelkingsziekte?

Zorg voor betere groeiomstandigheden van de boom of plant door een betere waterafvoer en extra bemesting. Maak met een handboor gaten tot ongeveer één meter diep en vul ze met een mengsel van compost, bodemverbeteringsmiddel, organische meststof en lavakorrels.

Bescherm eventueel extra door in het vroege voorjaar, net voor het tevoorschijn komen van de bladeren, een breedwerkend fungicide tegen bodemschimmels over de wortelzone van de te beschermen plant te gieten.

Hoe kan je deze plantenziekte bestrijden?

  • Verbrand zieke takken of breng ze naar het recyclagepark.
  • Giet een breedwerkend fungicide tegen bodemschimmels over de wortelzone, liefst net voordat de bladeren beginnen te groeien en doe dit drie jaar lang, ook al lijkt de plant genezen. Giet ook planten in de directe buurt.
  • Vervang je een zieke of dode plant, graaf dan een 60 cm diep plantgat en verwijder de uitgegraven grond. Vraag je tuinaannemer naar een maximaal resistente plantensoort.

Dop- en schildluizen

Hoe herken je aanwezigheid van dop- of schildluizen?

Op de bladeren zit een zwart laagje dat er zich maar moeilijk laat afwrijven. Dit is een schimmel die leeft op de uitwerpselen van de dop- en schildluizen. Kijk aan de onderkant van de bladeren en op de nog jonge twijgen, daar zitten de dop- of schildluizen. Ze verstoppen zich onder 5 mm grote, harde dopjes of ‘helmpjes’.

De combinatie van luizen en schimmel maakt optimale bladgroenwerking onmogelijk. Daardoor worden de planten steeds zwakker en laten ze zelfs hun bladeren of naalden vallen.

Dop- en schildluizen zetten zich graag vast op laurier, camelia en heel wat andere zuiderse kuipplanten. Ook taxus en hulst kunnen erg aangetast worden.

Wanneer zijn je planten het meest vatbaar voor dop- en schildluizen?

In mei leggen dopluizen eitjes en groeit dus een nieuwe, sterkere generatie die zich over de planten verspreid.

Hoe voorkom je een aantasting door dop- en schildluizen?

Hou je planten sterk en gezond. Gebruik niet te veel (stikstof-)meststof die de groei van groene delen stimuleert, maar langwerkende meststoffen die gespreid in tijd hun voeding vrijgeven.

Hoe kan je deze plaag bestrijden?

  • Zie je een begin van aantasting, knip dan aangetaste takken af. Controleer de komende weken regelmatig.
  • Spuit in juni - juli, wanneer de jonge dop- en schildluizen zich nog over de plant bewegen, een sopje van natuurlijke zeep. Je spoelt de schildluizen los en rekent ineens af met de zwarte schimmel. Leg kuipplanten plat op het terras of oprit en wrijf met een zachte borstel in de richting van de takpunten.
  • Dop- en schildluizen houden met hun ‘helmpje’ insecticiden van hun lijf. Alleen middelen die opgenomen worden in de sapstroom van de plant (systemische insecticiden) hebben effect, ze zijn echter erg gevaarlijk voor het milieu. 

Slakken

Hoe herken je de aanwezigheid van slakken?

Gaten in vooral jonge bladeren van vaste planten wijzen bijna steeds op slakkenvraat. Vooral planten met zacht blad vallen in hun smaak.

Wanneer zijn je planten het meest vatbaar voor slakken?

Elk voorjaar is er een schadepiek. Er worden massaal jonge slakjes geboren en de planten hebben vooral zachte bladeren.

Na een regenbui kan er extra slakkenschade zijn. Jonge slakjes hebben dan meer overlevingskansen en zijn eens zo mobiel op de natte grond.

Hoe voorkom je een aantasting door slakken?

Maak je tuin gastvrij voor merels, lijsters, egels en amfibieën. Zij zijn belust op slakken.

Schoffel of hak regelmatig; het bovenste laagje grond droogt op en maakt het slakken moeilijker om zich te verplaatsen. Een laagje mulch gaat voor hetzelfde effect.

Zet rond planten die je absoluut slakkenvrij wil houden een koperen ring. Slakken kruipen er niet overheen.

Hoe kan je deze plaag bestrijden?

  • Vang de slakken met een bierval, een bokaal die je tot zijn rand in de grond drukt. Vul met een bodempje bier en zet er een dakje overheen, zodat het bier -ook na regen- slakken blijft lokken.
  • Leg een groot blad, plank of tegel tussen de planten. Overdag verstoppen de slakken er zich onder en heb je ze zo voor het oprapen.
  • Zet aaltjes in tegen naaktslakken. Bestel de aaltjes in het tuincentrum en giet ze uit over de border. De aaltjes gaan zelf op zoek naar de slakken en laten ze sterven.
  • Strooi slakkenkorrels. Geef voorrang aan slakkenkorrels op basis van ferri- of ijzerfosfaat; ze zijn onschadelijk voor alle andere dieren. Strooi liever elke week een theelepel korrels dan eens per maand een grote dosis.
  • Focus op het voorjaar en herhaal een bestrijding in september, het moment dat de laatste slakken zorgen voor een nieuwe generatie die volgend jaar voor overlast zorgt. 

Mieren

Hoe herken je aanwezigheid van mieren?

Pas bij een erg grote populatie merk je mierenhopen of naar boven gewerkt zand in het gazon. In alle andere gevallen is het eerder een toevallige confrontatie bij rollebollen of luieren op het gazon dat mieren je opvallen.

Een groene specht die driftig in het gazon zit te pikken, wijst vaak op de aanwezigheid van mieren. Hij eet op zo’n moment namelijk mieren en hun larven.

Wanneer is je gazon het meest vatbaar voor mieren?

Vooral gazons op lichte en droge grond lopen kans op de aanwezigheid van mierennesten.

Hoe voorkom je de aanwezigheid van mieren?

Wat vaker maaien maakt het mieren absoluut ongezellig en voorkomt in de meeste gevallen dat ze een nest instaleren.

Hoe kan je deze plaag bestrijden?

  • Er zijn geen chemische bestrijdingsmiddelen erkend om mieren in gazons te bestrijden. De middeltjes die in de handel zijn, mogen om veiligheidsredenen enkel in en rond het huis gebruikt.
  • Koop in een bio-tuinzaak aaltjes die mieren verjagen en hun larven doden. Pas toe tussen april en september.
  • Een oude tuintruck: strooi knoflookpoeder over het nest of giet er koude thee over, gemaakt van look- of uienvocht. 

Rupsen

Hoe herken je de aanwezigheid van de kleine wintervlinder?

In april – mei vreten kleine groene rupsjes gaten in bladeren en bloemen van bomen en struiken. Ze kunnen die zelfs zo goed als kaal eten. Vooral op fruitbomen voelen de insecten zich volop thuis.

Hebben ze zo goed als geen eten meer dan laten de ongeveer 2,5 cm groene rupsjes zich aan spinseldraden uit bomen en struiken zakken. Ze zetten dan hun vreettocht verder op hagen en planten die lager staan.

Van oktober tot december zie je de volwassen insecten. De vrouwtjes kruipen tegen de stam en takken omhoog. Vliegen kunnen ze niet. Mannetjes kunnen dat wel en zien eruit als kleine bruine motjes met dwarsstrepen over de vleugels.

Zowat alle fruitbomen, maar ook sierkers, haagbeuk en liguster, esdoorn en hazelaar worden als gastplant gebruikt door de kleine wintervlinder.

Wanneer zijn je planten het meest vatbaar voor de kleine wintervlinder?

Vooral in het vroege voorjaar, april – mei, als de plant nog niet veel bladeren heeft, kunnen de larven grote schade aanrichten. Ze kunnen ze zelfs volledig kaal eten.

Van oktober tot december is een tweede gevaarlijke periode, maar deze brengt minder schade teweeg. Mannetjes en vrouwtjesvlinders zoeken elkaar dan op. De mannetjes kunnen vliegen. De vrouwtjes klimmen tegen de stam en takken omhoog en leggen er eitjes waaruit in het voorjaar een nieuwe generatie rupsjes groeit.

Hoe voorkom je de aanwezigheid van de kleine wintervlinder?

Bind in oktober lijmbanden rond de stammen en voorkom dat vrouwtjes tot in de takken klimmen om er eitjes te leggen. Vang de mannetjes met een feromoonval; een mini-tentje of vaatje met daarin geurstof van de vrouwtjes.

Hang in de tuin een of enkele nestkasten voor mezen. Eén mezenpaar voedert namelijk 9000 insecten, waaronder heel wat rupsjes, aan één nest jongen en dat in slechts 16 tot 23 dagen.

Hoe kan je deze plaag bestrijden?

  • Een fikse regenbui spoelt veel rupsen naar beneden. Zelf kan je ze te lijf gaan met een sterke waterstraal. Doe dat liefst als de rupsen nog erg klein zijn.
  • Drastisch ingrijpen is zelden nodig, maar kan met een contactinsecticide, zelfs een op basis van plantaardige producten.
  • Tuinaannemers met fytolicentie kunnen de spanrupsen bestrijden met een bacteriepreparaat, op en top biologisch, maar die is niet in te koop voor particuliere tuineigenaars. 

Rozemarijngoudhaantje

Hoe herken je de aanwezigheid van het rozemarijngoudhaantje?

Op de bladeren, soms ook goed verstopt dicht tegen de takken van rozemarijn, lavendel, citroenmelisse, salie en tijm zitten ongeveer een halve centimeter grote, glanzende en mooi gekleurde kevers. Ze zitten veelal bovenaan de planten.

Van zodra je een kever vastneemt, laat hij zich voor dood vallen.

Wanneer zijn je planten het meest vatbaar voor het rozemarijngoudhaantje?

Volwassen kevers zie je vooral aan het einde van de zomer. Enkele weken later volgen ook larven. Meestal maar één per blad.

Als het echt warm wordt schakelen de goudhaantjes een versnelling lager. In september worden ze terug actief.

Hoe voorkom je de aanwezigheid van rozemarijngoudhaantjes?

Boomkwekers doen er alles aan doen om hun planten vrij te houden van plagen. Toch doe je er best aan om een nieuw gekocht keukenkruid grondig te controleren.

Vliegende rozemarijngoudhaantjes zijn zeldzaam, maar zijn al wel gespot. Blijf dus alert!

Hoe kan je deze plaag bestrijden?

  • Het rozemarijngoudhaantje zou nog geen natuurlijke vijanden hebben.
  • Gebruik liever geen insecticiden in je kruidentuin. Pluk de rozemarijngoudhaantjes van de planten en plet ze onder je voet.
  • Laat je niet misleiden: een goudhaantje dat bedreigd is, laat zich voor dood vallen en kruipt later opnieuw de planten in. 

Ziezo. Met de lijst wordt plantenziekten herkennen makkelijk. Grijp snel in en er is niets verloren. Of nog beter, weet waar je op moet letten zodat je meteen actie kan ondernemen om plantenziekten en plagen uit je tuin te bannen.